Alleen naar Gargellen”
Dit jaar ga ik alleen naar Gargellen. Ondanks de pijn in mijn heup wil ik toch proberen een paar tochten te lopen — rustig aan, op mijn eigen tempo. Het is niet zomaar een reis. Gargellen is voor mij doordrenkt van herinneringen aan Ria en de vele vakanties die we daar samen doorbrachten.
Zoveel plekken daar zijn verbonden met haar: een bankje bij een uitzichtpunt, een bekend pad door het dal, een klein Bergstube of Jägerstube waar we ooit stil zaten en alleen maar keken. Elke steen, elke boom lijkt een herinnering te fluisteren.
Wandelen, al is het langzaam en met moeite, voelt als een manier om weer even dicht bij haar te zijn — op vertrouwde grond, tussen de bergen die wij zo vaak samen zagen. Ik neem de tijd. Ik hoef niets. Alleen zijn, voelen, herinneren.
Ik ga op zoek naar rustige wandelingen — korte tochten met plekken om te zitten, te mijmeren, te ademen. Niet om veel te doen, maar om veel te voelen.
En ja, sommige tochten en plekken zullen misschien even pijn doen, maar ik geloof ook dat ze iets teruggeven: troost, verbinding, en de zachte aanwezigheid van alles wat we samen hebben gedeeld.